Van lesgeven naar leren denken: wat de nieuwe exameneisen betekenen voor docenten, opleiders én cursisten
De veranderingen in de exameneisen binnen de voetzorg raken niet alleen het examen zelf. Ze raken de hele manier waarop we opleiden, leren en beoordelen. Waar het vroeger mogelijk was om met voldoende theoriekennis een examen te behalen, is dat vandaag niet meer voldoende.
De nieuwe standaard vraagt iets anders. Iets diepers.
Het vraagt dat iedereen in het opleidingsproces – docent, opleider en cursist – anders gaat kijken naar leren.

Een gezamenlijke verantwoordelijkheid
De grootste misvatting is dat deze verandering alleen een aanpassing is voor de cursist. Dat is niet zo.
De verschuiving zit op drie niveaus:
- De docent moet anders lesgeven
- De opleider moet anders structureren
- De cursist moet anders leren
Pas als die drie samenkomen, ontstaat er echte voorbereiding op het examen én op het beroep.
Van kennis naar inzicht en handelen
De nieuwe exameneisen zijn opgebouwd rondom drie krachtige fundamenten:
- het RIAB-denken
- de taxonomie van Bloom
- de CanMEDS-rollen
Samen zorgen ze voor één duidelijke boodschap:
Het gaat niet meer om wat je weet, maar om wat je doet en waarom je dat doet.
Voor cursisten betekent dit dat stampen niet meer werkt.
Voor docenten betekent dit dat uitleggen alleen niet meer voldoende is.
Voor opleiders betekent dit dat de opbouw van het programma moet kloppen.
RIAB als verbindende factor
De rode draad in de examinering is het RIAB-protocol:
- Risico-inventarisatie
- Analyse
- Behandelplan
- Uitvoering
- Evaluatie
Dit is niet alleen een model, maar de manier waarop het beroep daadwerkelijk uitgevoerd wordt.
Voor cursisten betekent dit dat zij moeten leren denken in stappen.
Voor docenten betekent dit dat elke les gekoppeld moet zijn aan deze structuur.
Voor opleiders betekent dit dat het curriculum logisch opgebouwd moet zijn volgens deze volgorde.
Wanneer deze lijn ontbreekt, ontstaat er een kloof tussen les en examen.
Wat verandert er concreet voor de cursist?
De cursist van nu moet actief leren.
Niet alleen lezen, maar begrijpen.
Niet alleen begrijpen, maar toepassen.
Niet alleen toepassen, maar onderbouwen.
Dat betekent:
- leren werken met casussen
- keuzes leren uitleggen
- verbanden leggen tussen theorie en praktijk
- reflecteren op eigen handelen
De vraag in het examen is niet langer: “Wat is dit?”
Maar: “Wat zie je, wat betekent het en wat doe je?”
Wat verandert er voor de docent?
De docent verschuift van kennisoverdrager naar leercoach.
Dat betekent dat de docent:
- minder zendt en meer begeleidt
- vragen stelt in plaats van antwoorden geeft
- cursisten laat uitleggen waarom zij iets doen
- praktijk en theorie continu met elkaar verbindt
Een sterke docent creëert situaties waarin de cursist moet nadenken, beslissen en verantwoorden.
Wat verandert er voor de opleider?
Voor opleiders ligt de grootste uitdaging in de structuur van de opleiding.
De opbouw moet:
- logisch zijn
- aansluiten op RIAB
- theorie en praktijk integreren
- ruimte bieden voor herhaling en verdieping
Een losse verzameling lessen werkt niet meer.
De opleiding moet een doorlopende leerlijn zijn richting het examen.
Overzicht van de examens
Om goed te begrijpen hoe de opleiding opgebouwd moet worden, is het belangrijk om te weten wanneer en hoe de examens plaatsvinden.
NLQF-3 Pedicure
De theorie-examens zijn opgebouwd in drie stappen:
- Intake en anamnese
- Klinisch redeneren en risico-inschatting
- Uitvoering, evaluatie en advies
Daarna volgt:
- het praktijkexamen waarin de volledige behandeling wordt uitgevoerd
- het portfolio waarin ontwikkeling en professioneel gedrag worden aangetoond
NLQF-4 Medisch Pedicure
Hier wordt de diepgang groter en de verantwoordelijkheid zwaarder.
De examens bestaan uit:
- Intake en anamnese
- Klinisch redeneren bij risicovoeten
- Behandeling en evaluatie
- Specialistische technieken zoals drukverdeling
Daarnaast:
- een praktijkexamen met zowel risicovoet als drukverdeling
- een portfolio dat gericht is op ketenzorg, analyse en onderbouwing
Praktijkexamens toetsen het geheel
Een belangrijke verandering is dat het praktijkexamen niet meer kijkt naar losse handelingen, maar naar het volledige proces.
De cursist moet laten zien dat zij:
- een cliënt kan analyseren
- een onderbouwd behandelplan maakt
- veilig en professioneel werkt
- keuzes kan uitleggen
- een behandeling goed afrondt
Dit vraagt om een andere manier van oefenen tijdens de opleiding.
Portfolio als spiegel van ontwikkeling
Het portfolio is geen losse opdracht meer, maar een doorlopend bewijs van groei.
Voor cursisten betekent dit dat zij actief moeten verzamelen, reflecteren en onderbouwen.
Voor docenten betekent dit dat zij moeten begeleiden en feedback moeten geven.
Voor opleiders betekent dit dat het portfolio structureel ingebed moet zijn in het programma.
De kern van de verandering
De essentie van de nieuwe exameneisen is eenvoudig, maar krachtig.
Het gaat niet meer om:
Wat weet je?
Het gaat om:
Wat doe je, waarom doe je dat en kun je dat professioneel verantwoorden?
TOverzicht examens BKD 2025
NLQF-3 Pedicure
Binnen NLQF-3 zijn er 3 theorie-examens + 1 praktijkexamen + portfolio
Theorie-examens
- Theorie-examen 1 – Intake en anamnese
- Basiskennis anatomie, fysiologie, huid en nagel
- Herkennen van normale en afwijkende situaties
- Start van klinisch redeneren
- Theorie-examen 2 – Klinisch redeneren en risico-inschatting
- Indicaties en contra-indicaties
- Grenzen van het vakgebied
- Wanneer wel/niet behandelen
- Doorverwijzen
- Theorie-examen 3 – Uitvoering, evaluatie en advies
- Behandelmethodes
- Hygiënisch werken
- Evalueren van behandeling
- Voorlichting en advies
Praktijkexamen
- Proeve van Bekwaamheid (PVB)
- Volledige behandeling volgens RIAB:
- Intake
- Analyse
- Behandelplan
- Uitvoering
- Evaluatie
- Volledige behandeling volgens RIAB:
Portfolio
- Portfolio NLQF-3
- Professioneel gedrag
- Reflectie
- Cliëntcontact
- Veilig werken
- Ontwikkeling binnen het vak
NLQF-4 Medisch Pedicure
Binnen NLQF-4 zijn er 4 theorie-examens + praktijkexamen (2 onderdelen) + 2 portfolio-onderdelen
Theorie-examens
- Theorie-examen 1 – Intake en anamnese (risicovoet)
- Verdiepte anatomie en fysiologie
- Risicofactoren herkennen
- Start klinisch redeneren
- Theorie-examen 2 – Klinisch redeneren en doorverwijzen
- Pathologie
- Risicovoeten (diabetes, reuma, vaatlijden)
- Grenzen van behandelen
- Doorverwijzen en samenwerken
- Theorie-examen 3 – Behandeling en evaluatie
- Behandelplannen bij risicovoeten
- Nazorg en controle
- Evaluatie en bijstellen
- Theorie-examen 4 – Drukverdelende technieken
- Ortheses
- Nagelregulatietechnieken
- Drukvrij leggen
- Materiaalkeuze en risicoanalyse
Praktijkexamen
- Praktijkexamen onderdeel 1 – Risicovoet (RIAB)
- Volledig onderzoek
- Analyse en behandelplan
- Uitvoering en advies
- Praktijkexamen onderdeel 2 – Drukverdelingstechniek
- Toepassen van technieken
- Technische vaardigheid
- Veiligheid en effectiviteit
Portfolio
- Portfolio onderdeel 1 – Risicovoet en ketenzorg
- Casussen
- Samenwerking met andere zorgverleners
- Onderbouwing keuzes
- Portfolio onderdeel 2 – Drukverdelende technieken
- Technische uitwerkingen
- Reflectie
- Evaluatie van behandelingen
Samenvattend overzicht
NLQF-3
- 3 theorie-examens
- 1 praktijkexamen (PVB)
- 1 portfolio
NLQF-4
- 4 theorie-examens
- 2 praktijkonderdelen
- 2 portfolio-onderdelen
Belangrijk inzicht
De examens zijn niet meer losstaand, maar volgen de logica van het beroep:
Intake → Analyse → Behandeling → Evaluatie
Daarom moeten opleidingen en lessen precies in deze volgorde opgebouwd worden.
